Thematafel ‘Kracht Kern’

 

Socioloog Ray Oldenburg introduceerde eind jaren ‘80 het concept third place. Een plek die waarde heeft, naast je woonomgeving (eerste plek) en je werkomgeving (tweede plek). Oldenburg noemt cafés, verenigingen, buurthuizen, parken en bibliotheken als voorbeelden van third places.

 

Van third place naar krachtkern

Een third place is een authentieke plek, die naadloos aansluit op de lokale context. Het gaat om het verbinden en bundelen van functies die aansluiten op hun behoeften. Het gaat om een programmering die aansluit op “where the conversation is”.

Een krachtkern biedt de handvatten om hier concreet handen en voeten aan te geven en een plek met maatschappelijke impact te realiseren.

 

Maatschappelijke impact

In de discussie over (maatschappelijk) vastgoed draait het bijna altijd om exploitatie. “Hoeveel mag het kosten?” “Hoeveel vierkante meters krijgt elke partij?” Dikke dossiers met financieringsmodellen, vlekkenplannen, massastudies. Stuk voor stuk belangrijke onderwerpen, want “we moeten geen geld verspillen”. Maar de belangrijkste bron van verspilling van geld zit niet in de exploitatie, maar in het vergeten van de belangrijkste vraag: welke impact moet het gebouw hebben?

 

Hoe zorg je dat je krachtkern echt relevant is?

 

Kennis van de context en de mensen

Kennis van de behoeften van de (toekomstige) gebruikers en kennis van het gebied en de maatschappelijke opgaven zijn onmisbaar. Dat is het fundament van de krachtkern.

Uiteindelijk gaat het om meer dan een leuk behangetje, comfortabele banken en een kopje koffie. Een goede plek is een start, maar belangrijker zijn de functies en de programmering die aangeboden wordt en de daarmee bijkomende maatschappelijke impact.

Verslag 1 maart

Kracht Kern